Afgelopen week volgde ik een ademcoachtraining in Arnhem.
Zoals bij iedere opleiding stapte ik erin met de intentie om mijn vaardigheden als coach te verdiepen. Nieuwe technieken leren. Meer kennis opdoen.
Beter worden in mijn vak.
Maar wat er werkelijk gebeurde, ging niet over techniek.
Het ging over wat ik zelf nog te leren had.
Mijn eigen tempo wist ik al
De afgelopen jaren heb ik iets belangrijks geleerd:
mijn eigen tempo is mijn vangnet. Mijn houvast.
Als ik daarin blijf, gaat het goed met me.
Ga ik eroverheen, dan voel ik dat meteen.
Ik word onrustig. Onzeker.
En als ik te vaak over mijn grens ga, heb ik het gevoel dat ik mezelf kwijtraak.
Dat heb ik te genoeg meegemaakt om te weten: dit werkt niet voor mij.
Trouw blijven aan mijn eigen tempo vraagt soms moed.
Het betekent dat ik niet altijd meega met de rest.
Dat ik eerder stop.
Of langzamer ga.
Maar als ik dat doe, voel ik kracht.
En misschien nog wel belangrijker: ik voel trots.
Trots dat ik naar mezelf luister.
Dat wist ik al vóór deze training.
Alleen… weten is één ding.
Het echt ervaren in je lijf is iets anders.
Wat ademhaling zichtbaar maakte
Toen we het handboek kregen, bladerde ik nieuwsgierig door de pagina’s.
Een hele A4 stond vol klachten die kunnen ontstaan door te diep ademen: chronische vermoeidheid, allergieën, migraine, angst en paniek.
Ik herkende veel.
Bij mensen om me heen.
En bij mezelf.
Ik heb astma.
En angst- en paniekaanvallen lopen als een rode draad door mijn leven.
Mijn nieuwsgierigheid was dus niet alleen professioneel, maar ook persoonlijk.
De training vond deels binnen plaats, in een wat kille kelder in een prachtig oud pand tegenover het park. Maar vooral buiten, in het mooie Sonsbeek.
Daar gebeurde het.
Mijn tempo in beweging
Buiten waren we bezig met ademhalingsoefeningen.
Heuvel op. Trappen op. Rondjes lopen.
Wat me opviel: ik liep bijna altijd als één van de laatsten.
En dit keer voelde het rustig van binnen.
Ik koos bewust voor mijn tempo.
En dat was genoeg.
Het voelde als kracht
In één keer naar boven
Rustig. Op mijn eigen tempo. Door mijn neus ademend.
Boven stond ik niet te hijgen. Ik voelde ruimte. En vooral: trots.
Trots dat ik naar mijn lichaam had geluisterd.
Trots op mijn lichaam dat het dit nu kon.
Dat moment maakte voor mij het verschil tastbaar.
En tegelijk bleef ik trouw aan mijn grenzen.
Als de oefening zes rondjes was en ik voelde na vier dat dit mijn grens was, liep ik er nog één en daarna stopte ik.
Niet omdat ik niet meer kon. Maar omdat ik wist wanneer het genoeg was.
Omdat ik mijn eigen grens voelde in mijn lichaam.
Niet prestatiegericht.
Maar ontspanningsgericht.
Dat is voor mij het verschil.
Anders zijn
Vroeger liep ik mee met de kudde. Vanuit opvoeding, normen, verwachtingen. Aanpassen. Doorgaan. Niet opvallen. Vooral niet zichtbaar zijn.
Nu voelde ik geen behoefte om anderen te volgen.
Ik voelde een verlangen om mezelf te volgen.
Door mijn eigen ademhaling te volgen, bepaal ik mijn tempo.
En mijn tempo bepaalt mijn rust.
En mijn rust bepaalt mijn keuzes.
Misschien is dat wel autonomie.
Niet onafhankelijkheid in de zin van alles alleen doen.
Maar innerlijke leiding.
Je eigen kompas durven vertrouwen,
ook als dat betekent dat je langzamer gaat dan de rest.
Ik ben anders dan anderen.
En dat is mijn kracht.
Reflectie: jouw tempo als kompas
Misschien herken je het.
Dat je diep vanbinnen weet wat jouw tempo is.
Dat je lichaam signalen geeft wanneer je eroverheen gaat.
Maar dat je toch vaak meebeweegt met de snelheid van de wereld om je heen.
Wat zou er gebeuren als je jouw adem als kompas zou gebruiken?
Als je niet langer zou meten aan hoe snel anderen gaan,
maar aan hoe rustig jij kunt blijven?
Verlangen begint vaak subtiel.
Als een zacht stemmetje dat zegt: dit wil ik graag.
Autonomie begint bij luisteren.
En jouw kompas? Dat zit niet in je hoofd.
Dat zit in je adem.