Als veiligheid op werk en thuis onder druk komt te staan
De afgelopen tijd merk ik tijdens mijn wandelingen dat er iets steeds terugkomt in de gesprekken die ik voer. Het wordt niet altijd letterlijk zo benoemd, maar het zit wel in bijna elk verhaal. In hoe iemand vertelt over werk, over collega’s, over de keuzes die wel of juist niet gemaakt worden. Als ik het terugbreng naar de kern, kom ik steeds uit op twee dingen: autonomie en veiligheid.
En hoe vaker ik het hoor, hoe meer ik ook besef hoe belangrijk die twee eigenlijk zijn. Niet alleen op werk, maar overal. In hoe je je dag doorkomt, in hoe vrij je je voelt om jezelf te zijn, in de ruimte die je ervaart om je uit te spreken of juist niet.
Als je je niet helemaal vrij voelt
Wat me daarbij opvalt, is dat veel mensen zich helemaal niet zo veilig voelen in hun werkomgeving. En dat zit hem lang niet altijd in hele duidelijke of extreme situaties. Het zijn vaak juist de subtiele dingen die zich opstapelen. De manier waarop er gecommuniceerd wordt, spanningen die blijven hangen, het gevoel dat je jezelf moet inhouden of dat je continu bezig bent met hoe je overkomt. Soms zijn er conflicten, soms is het meer onderhuids, maar het effect is vaak hetzelfde.
Mensen vertellen me dat ze met een knoop in hun buik naar hun werk gaan. Dat ze al spanning voelen voordat de werkdag begonnen is. En dat ze dat gevoel ook weer mee naar huis nemen, zonder dat ze precies kunnen aanwijzen waar het nou echt vandaan komt. Alleen dat het er is, elke dag weer.
En elke keer als ik dat hoor, herken ik daar iets van mezelf in.
Mijn eigen ervaring
Ik heb al een paar keer geschreven over mijn burn-outs.
Toch was het bij mijn laatste bore out op werk, waar er 2 belangrijke dingen ontbraken voor mij. Ik wist vooral dat ik moe was, dat ik leegliep en dat ik mezelf ergens onderweg kwijt was geraakt.
Maar ik bleef wel doorgaan. Dat was wat ik kende. Dat was wat ik altijd had gedaan.
Achteraf kijk ik daar soms naar en denk ik: hoe heb ik dat zo lang vol kunnen houden? Maar als ik eerlijk ben, weet ik ook dat daar een heel logisch antwoord op zit. Ik had geleerd om me aan te passen. Om te luisteren naar wat er van me verwacht werd. Om het goed te doen voor de ander. En misschien nog wel het meest: om aardig gevonden te worden.
Dat zat zo verweven in wie ik dacht dat ik was, dat ik het nooit echt ter discussie had gesteld. Totdat ik begon te merken dat het me niet alleen hielp, maar me ook iets kostte.
Wat je probeert te beschermen
Wat daaronder zat, durf ik nu ook eerlijker te benoemen dan toen. Er zat angst onder. Angst voor conflicten, voor afwijzing, voor het gevoel dat ik iets verkeerd zou doen.
En dat zat niet alleen in mijn hoofd, maar echt in mijn lichaam. Dat gevoel van spanning, van jezelf inhouden, van liever maar meegaan dan iets op scherp zetten.
Als ik nog verder terugkijk, snap ik ook waar dat vandaan komt. Het is niet iets wat zomaar ontstaan is. Het was ooit een manier om met situaties om te gaan, om mezelf veilig te houden. En daarin heeft het me ook echt geholpen. Alleen nam ik datzelfde patroon mee naar een fase in mijn leven waarin het me juist begon tegen te werken.
En dat is iets wat ik nu ook vaak terugzie bij de mensen met wie ik wandel.
De kleine verschuiving
Het gaat zelden over dat iemand iets “verkeerd” doet. Veel vaker gaat het erover dat iemand al heel lang op een bepaalde manier met situaties omgaat, omdat dat ooit logisch was. Omdat het werkte. Alleen past het nu niet meer bij wie iemand is, of bij wat iemand nodig heeft.
Wat ik mooi vind om te zien tijdens mijn coach wandelingen buiten in de natuur, is dat er langzaam ruimte ontstaat om dat te gaan herkennen.
Zonder oordeel. Meer vanuit begrip.
Dat je ineens kunt zien: oh, dit is wat ik doe, en dit is waarom. En dat alleen al geeft vaak wat lucht.
Vorige week zei ik tijdens een wandeling iets wat me daarna zelf ook bijbleef:
“Je hoeft niet eerst zelfverzekerd te voelen om stevig te staan.
Je kunt ook eerst stevig gaan staan, en dat het gevoel daarna volgt.”
Een zachte oefening om weer stevig te staan
Misschien kun je dit eens heel simpel voor jezelf uitproberen, ergens deze week.
Ga eerst rustig op twee benen staan. Voel je voeten op de grond. Hoe je gewicht verdeeld is. Zonder iets te veranderen, alleen even opmerken dat je hier staat.
Van daaruit breng je langzaam je gewicht naar één been. Heel rustig. Alsof je lichaam zelf mag ontdekken hoe dat gaat. Je andere voet komt iets los van de grond, misschien maar een klein beetje.
Blijf daar even. Voel wat er gebeurt. Misschien merk je dat je wiebelt, dat je moet zoeken naar balans. Dat is precies de bedoeling.
En dan zet je je voet weer terug. Weer op twee benen.
Vanuit daar kun je het nog een keer doen. Weer naar één been.
Iets steviger misschien. Alsof je jezelf toestaat om ruimte in te nemen.
Als je wilt, kun je het ook wat speelser maken.
Alsof je een reiger bent. Je borst iets meer open, je nek lang, je blik vooruit.
En als het goed voelt (of juist een beetje ongemakkelijk), kun je er zelfs een geluid bij maken. Gewoon iets wat in je opkomt. Niet nadenken. Meer voelen wat eruit wil.
Daar zit vaak precies de beweging die we normaal een beetje inhouden.
Daarna zet je je voet weer terug op de grond.
Weer op twee benen.
Voel nog eens na.
Misschien voel je niet meteen zelfvertrouwen.
Misschien voelt het zelfs een beetje gek.
Maar misschien merk je ook iets anders.
Dat je lichaam al iets geoefend heeft in blijven staan.
En dat is genoeg voor nu.